Laat ik maar meteen iets bekennen: Stuttgart stond bij mij ooit vooral voor Mercedes, Porsche en voetbal. Inmiddels weet ik dat de stad veel leuker is zodra je daar tussendoor kijkt.
Waarom Stuttgart mij blijft verrassen
Auto's en voetbal zijn zichtbaar, maar de stad is ook groen, heuvelachtig en veel meer een wijnstad dan veel Nederlanders verwachten.
Een goede lunch is hier geen onderbreking van je programma. Zwabisch eten, een markt of een simpele plek waar locals binnenlopen hoort voor mij gewoon bij het programma.
Als je dit verder wilt uitwerken, kijk dan ook bij Stuttgart.
De plekken die sfeer geven
Schlossplatz, de Markthalle, Bad Cannstatt, de wijngaarden en de straten rond het centrum laten allemaal een ander Stuttgart zien.
Wat ik prettig vind aan Stuttgart is dat je makkelijk kunt schakelen. Een uur cultuur, daarna een terras, vervolgens met het OV naar een ander stadsdeel. Je hoeft niet de hele dag in één toeristische zone te blijven.
Als je dit verder wilt uitwerken, kijk dan ook bij wat te doen in Stuttgart.
Niet alles op één dag
Een stedentrip wordt beter als je niet probeert de complete top twintig af te vinken. Kies een paar dingen waar je echt zin in hebt.
En onderschat de heuvels niet. Juist daardoor zijn er verrassend veel plekken waar je even boven de stad uitkijkt. Dat maakt Stuttgart visueel veel interessanter dan het imago van industriestad doet vermoeden.
Mijn Stuttgart-regel
Als je twijfelt tussen nog een bezienswaardigheid en ergens gaan zitten voor eten of een glas wijn, kies ik opvallend vaak voor dat laatste.
Met kinderen zou ik het tempo nog verder verlagen. Eén grote activiteit en daarna iets waar niemand iets van hoeft te leren werkt meestal beter dan een dag vol musea.
Een praktisch detail dat vaak onderschat wordt: afstanden binnen de stad lijken klein, maar hoogteverschillen kosten tijd. Een korte rit met U-Bahn of S-Bahn is dus geen zwaktebod, maar gewoon slim.
Ik zou ook altijd één moment zonder bestemming inbouwen. Loop een zijstraat in, pak koffie of ga ergens zitten waar het druk is met locals. Juist daar ontstaat het gevoel dat je een stad bezoekt in plaats van een programma.
Reis je buiten het hoogseizoen, dan voelt de stad rustiger en zijn musea extra aantrekkelijk. In de warmere maanden verschuift mijn aandacht juist naar parken, terrassen en de wijnhellingen.
Wie Stuttgart alleen als autostad ziet, doet de stad tekort. De industrie hoort erbij, maar de combinatie met cultuur, groen, wijn en Zwabische eigenzinnigheid maakt het pas interessant.
Mijn advies: plan de dingen waarvoor je echt komt en laat de rest ademen. Stuttgart wordt leuker zodra je niet meer probeert te bewijzen hoeveel je in één weekend kunt zien.